Na een zweterige nacht in de Stayokay te Maastricht staan we vroeg op om te ontbijten. We hebben fietsen gehuurd. Er wordt vandaag niet veel gewandeld dus. We willen vanmorgen beginnen met een dienst in de basiliek op het Onze Lieve Vrouwenplein. Gisteren hebben we de basiliek al rustig bekeken. Opvallend van een afstand gezien zijn de 2 smalle ronde torentjes. Deze kerk stamt grotendeels uit de 12e eeuw. Je komt binnen via de Merodekapel, waar zich het bijzondere beeld van de “Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee” bevindt.
Na de dienst stappen we weer op de fiets om Maastricht en omgeving te leren kennen. We fietsen richting de St. Pietersberg en beklimmen hem. Hier komen allemaal wandelpaden samen. We hebben een prachtig uitzicht en zien in de verte wijnranken? He? Dat is interessant. Mijn moeder wil er graag naartoe. Dus de berg weer af en richting de wijngaarden van de Apostelhoeve. http://www.apostelhoeve.nl
Ik waan me in mijn geliefde Frankrijk.
Een stuk verder komen we (lopend, ik heb het zweet al op de rug staan) via de Cannerberg, de poort naar een groeve (Jezuïetenberg) en een voormalig hoofdkwartier van de NATO uit bij Chateau Neercanne. Zo mooi! Luxe uitstraling. Wit linnen gedekte tafels, parasolletjes, bubbels. Het contrast met ons (verfomfaaid, zweterig, korte broek) kan niet groter zijn op dit moment. Toch zijn we meer dan welkom om in de tuin en het hotel te kijken en om buiten aan een tafeltje in de schaduw een heerlijk kopje koffie te drinken. Men is heel vriendelijk tegen ons. We zijn er getuige van hoe heel sjiek aangeklede gasten in het Frans welkom geheten worden voor de lunch.
We horen onder het genot van ons kopje koffie van een moeder en dochter naast ons dat in een dorp verderop (Kanne) een geweldige patissier zit. Wisten wij veel dat we toen al in België waren… Bij bakkerij Smets kopen we 2 verrukkelijk uitziende Franse gebakjes en nemen die mee om ergens op de terugweg op te peuzelen. We crossen terug naar Maastricht en bekijken daar nog van alles. De oude stadsomwalling, de Helpoort, de Bisschopsmolen. We eindigen uiteindelijk weer bij de St. Servaas, want we willen graag de rondleiding nog doen. En dat blijkt zeker de moeite waard te zijn. Een gepassioneerde vrijwilligster laat ons van alles zien. De crypte van de H. Servatius, de schatkamer, ze neemt ons zelfs mee helemaal omhoog de klokkentoren in. Dat was een hele klim!
We fietsen richting het stadhuis en gaan bij een pizzeria op een terras zitten met een glaasje. De marktkooplui zijn druk aan het opruimen. Wij genieten van een heerlijke pizza en overnachten nog een nacht in de Stayokay om “morgen” verder te wandelen.
Heerlijk geslapen met het raam open. Tot 22 uur gisteravond hoorde je de klokken van de basiliek, daarna rust. We staan op ons gemak op. Korte wandeling voor de boeg. Eerst even in joggingbroek naar de vlakbij gelegen Jumbo. Broodjes gehaald, vers sapje en daar een gratis kopje koffie uit de automaat. Op onze kamer de rest opgepeuzeld. Mam prikt nog een hele vervelende blaar door bij mij. Gaan met die banaan.
Tegen 10 uur waren we opnieuw in de basiliek om rustig rond te kijken en foto’s te maken. Meerssen is een oud bedevaartsoord. In 1222 heeft er een hostiewonder plaatsgevonden. Tijdens de mis zag een priester dat er water en bloed uit de hostie vloeide en later kon de vereerde hostie ongeschonden uit de vlammen van de brandende kerk gered worden.
Prachtig wandelweer. Langs de Kleine Geul en landerijen.
We lopen door Limmel, waar ik nog een keer mijn blaar doorprik en vervelend struikel en mijn grote teennagel enorm bezeer (vorige maand is die teennagel er “eindelijk” af gegaan. Au!) En dan lopen we langs de oever van de Maas door de voorstad Wijk en van daar over de St. Servaasbrug naar de oudste stad van Nederland, Maastricht. Op een terras aan de Maas eerst koffie met Limburgse vlaai. Daarna lekker rondneuzen. Niet in winkels want dat vinden we niet passend bij deze tocht. Er staat vandaag en morgen op de planning om de omgeving te verkennen en oude gebouwen en kerken bezoeken.
Het is overweldigend hoe druk zo’n stad dan is als je uit een rustige omgeving komt. Waar moeten we beginnen? We zien het VVV. Daar maar een goede plattegrond kopen. We vragen aan een dame die daar werkt waar het Dinghuis is…..wat blijkt….het VVV is gevestigd in het Dinghuis. Beetje dom. Hier zetelde tot 1659 de rechtelijke macht.
We gaan een verkenningsrondje lopen. Langs het gemeentehuis. De rechtelijke macht verhuisde op een gegeven moment naar dit gebouw. We eten een heerlijke kiploempia met uitzicht op het stadhuis en markt. Wat een reuring en veel te zien!
Op het Vrijthof, een voormalig kerkhof, staat de St. Servaaskerk. We kijken in de St. Servaaskapel en steken een kaarsje op. Om in de basiliek zelf te mogen kijken moet je betalen. Het is al in de namiddag dus op dit moment te weinig tijd. Naast de kerk een andere kerk. De St. Janskerk. Een Protestantse kerk met een mergelstenen toren van wel 80 meter hoog, geverfd in een ossenbloedrode kleur. Grappig weetje is dat het steegje tussen beide kerken, “Het vagevuur” heet. Daar moest je doorheen om bij de andere kerk te komen. Het afbakenen van al die eigen geloofsbelevingen en regels is jammergenoeg echt niet alleen van toen….
Ik heb het nog niet eens gehad over al die andere kerken. Het is heel bijzonder en mooi zoveel kerken in een stad, maar ook wel een beetje van de zotte. Er zijn o.a. de Sint Matthiaskerk, Dominicanenkerk, Lutherse kerk, Waalse kerk, Kruisherenkerk. Op het onze lieve vrouwenplein nog de Onze lieve vrouwe basiliek.
Wat een indrukken. We besluiten om richting ons overnachtingsadres te lopen. De Stayokay in Maastricht. Onderweg gaan we nog over de Maas naar plein 1992 om bij een Albert Heijn wat boodschapjes te halen. Zo loop je op zo’n dag ongemerkt toch heel wat kilometers. We eten in het nabijgelegen park op ons gemak maaltijdsalade en stokbrood. Wederom veel te zien. Dit keer een zeer lenige groep mensen die aan yoga doen en bovenop elkaar klimmen, acrobatiek. Als het wat killer wordt gaan we naar onze kamer. Heel benauwd en warm binnen. Raam open. Spinnenwebben en nesten. Het is hier niet al te schoon. Douchen en proberen te rusten.
Na een zweterig nachtje worden we wakker van gerommel op de gang. Aankleden en ontbijten in stilte met prachtige klassieke muziek op de achtergrond. Tijdens mijn kloosterbezoeken valt het me ook altijd op hoeveel een mens tegen een ander mens kan zeggen zonder daadwerkelijk te praten. Na het betalen van de nacht (31,00 euro per persoon) en een stempel gaan we op weg. Voor mij een “dikke” wandeling voor de boeg. 25 kilometer. Alhoewel dat voor mijn moeder en andere lange afstandswandelaars misschien een peulenschil is en voor andere mensen die dit lezen onmogelijk is. Gezondheid hebben we echter niet in de hand. Ik doe het ermee.
We wandelen richting Munstergeleen. Daar komen we onverwachts een hele bijzondere kapel tegen in een schuur. De zalig verklaarde pater Karel Houben werd geboren in de karakteristieke boerderij ernaast. We zitten hier een tijd rustig en laten de stilte en de brandende kaarsjes op ons inwerken. Wat mij opvalt is de verzameling grote rozenkransen aan de muur.
We lopen om Geleen heen met in de verte de steenfabriek te zien en dan lopen we een gebied in met bos. Wat opvalt zijn de holle wegen. Ze zijn ontstaan door het samengaan van menselijke invloeden en natuurlijke erosie. De uitgesleten geulen doen dienst als wegen. Heerlijk koel hier, maar wel heuvelopwaarts en dat gaat in de benen zitten.
In Sweikhuizen lopen we naar de St. Dionysiuskerk. Dicht. Het blijkt een bedevaartbestemming te zijn voor blinden en mensen die aan een oogziekte lijden.
Bij Spaubeek kiezen we ervoor om een stukje van de Jacobsweg af te gaan richting de Annakapel. Aan het straatje ernaartoe liggen een paar huizen. Mijn moeder ziet een opgezette vos op een vensterbank staan. Ze wil hem op de foto zetten, maar voordat ze heeft kunnen afdrukken staat de eigenaresse achter ons, en ze is niet blij. Ze vind het onbeleefd van ons. “Loeren” in andermans huis. Bij de Anna kapel komen we even bij van de negatieve energie en in de schaduw is het hier heerlijk lunchen.
Het lijkt steeds warmer te worden. Buiten Groot Genhout gaan we liggen onder een boom vlakbij een boerderij. De koeien zijn nieuwsgierig. Schoenen uit, sokken uit, broek uit. Ik ga even dommelen en mam doet een sudoku. Dan langs Schimmert met zijn watertoren en Klein Haasdal met zijn wijngaarden. We lopen hier echt door het Limburgse landschap en we voelen ons gelukkig. Tot ik erachter kwam dat we helemaal verkeerd zijn gelopen. Hoe weet ik niet, maar Valkenburg ligt voor ons. Ik zie de Wilhelminatoren.
We lopen heel wat kilometers extra op een dagtocht die voor mij al aan de max zat. Dat heet echter pelgrimeren en afzien.
Een hoop vergeet je ook weer als je met een bitter lemon op een terras achter een heerlijk bord pasta zit. We hebben in Meerssen geluk met de basiliek. Hij is nog open en we krijgen er zelfs een stempel van een nogal gehaast ogende priester.
We slapen in een onbemande hotelkamer zonder ontbijt. Veel te luxe voor een pelgrimstocht. Heerlijk bed, geweldige douche.70 euro voor 2 personen, maar niks anders in de buurt, dus we doen het ermee. 🙂
Een jaar geleden geëindigd in Susteren. “Vandaag” wandelen we verder. Ik ben wat zenuwachtig. Heb voor komende week niet te lange afstanden gepland, nog een extra dagje in Maastricht. Mijn gezondheid heeft het flink laten afweten afgelopen jaar. Voor de zomervakantie nog een operatie. Evengoed, proberen om positief te denken en bewust te genieten. Mijn moeder fungeert als wandelcoach. 🙂
We rijden met de auto naar Susteren. Een flinke autorit. Onderweg verrast mijn moeder me met haar befaamde broodje roerei. Het is al warm en het zal nog warmer worden komende week. We zetten de auto neer bij de St. Amelbergabasiliek. Eerst maar op een bankje lunchen. Mijn moeder verrast me (wederom) met rode bietensalade. Ze heeft van alles meegenomen. Ik voel me met mijn 44 jaar weer kind. Voor haar rode bietjes, kom ik ’s nachts mijn bed uit. Gek idee dat we vanavond bij de nonnen van Regina Carmeli slapen.
We lopen wat om de basiliek heen. Mooi! Het is een romaans kerkgebouw. Ooit was het een kloosterkerk. Geen stempel te verkrijgen en we kunnen alleen in het voorportaal een kaarsje branden. Zo gaat het met veel kerken tegenwoordig. Op slot. Er wordt teveel kapotgemaakt binnen of gestolen.
Het schiet in het begin niet erg op. We moeten onze draai weer een beetje vinden en er zijn veel foto’s te maken. Mooie plekjes. We pauzeren even bij de kerk in Nieuwstadt. Wederom niet open en ook bij de pastorie ernaast geen gehoor. Als we uit het dorp lopen komen we een klein kapelletje tegen. “Langs deze straat verzet geen voet, of zeg Maria wees gegroet”.
Via Millen lopen we tegen 16 uur Sittard binnen. Nog nooit eerder geweest. Prachtig! Oude gebouwen. Middeleeuws. Volgens het Jacobspad wandelboek zijn er 3 kerken en 1 basiliek te bekijken. We zijn te laat om de basiliek binnen te gaan en een stempel te verkrijgen. Zowel de Protestantse kerk als de Sint Petruskerk zijn dicht. De Sint Michielskerk gelegen aan het marktplein is wel open. Daar zien we ook een aantal nonnen binnenkomen. Ze blijken later van het Regina Carmeli te zijn. We raken gefascineerd door Sint Rosa, de beschermheilige van Sittard.
In 1668 werd St. Rosa van Lima aangeroepen om Sittard te vrijwaren van een dysenterie-epidemie. Als dank beloofde de Sittardse bevolking om ter ere van haar een kapel te bouwen op het hoogste punt van de stad en tot in lengte van dagen op de laatste zondag in augustus een processie naar deze kapel te houden.
Aan het kerkelijk feest van Sint Rosa is vanaf het begin ook een kermis verbonden. Bekend in Sittard is het verhaal van de leeuw Asor (omgekeerd Rosa) die tijdens een overvolle mis ter ere van de stadspatrones de kerk binnenliep.
Mijn moeder en ik besluiten om nog naar de Rosakapel op de kollenberg te lopen. Eerst gaan we op een terras lekker pasta eten en weer wat energie op doen en mensen kijken. We raken in gesprek met een dame. Zij wijst ons de weg naar de Rosakapel en vertelde erbij dat haar man en zei in de (dure) wijk er vlakbij woonden. Ze sprak met trots over de opnames van de serie en film van de Flodder’s. Huup Stapel had nog bij hun gelogeerd. Tijdens de wandeling komen we toevallig langs het klooster, waar we straks gaan slapen. We wandelen via 7 voetvallen(kruiswegstaties) en een Mariagrot. Heel bijzonder om mee te maken.
In het klooster is het sober, netjes en warm. We zetten alles tegen elkaar open. Kopje koffie op het balkon. Heerlijk douchen en dan slapen. Ik ben moe van de autoreis, wandeling en alle indrukken.
Het is vandaag weer zover. Mijn moeder en ik gaan een weekje pelgrimeren. We zijn vorig jaar Augustus ge-eindigd in Susteren (zie Jacobspad Limburg) en vandaar uit gaan we weer op pad.
Gek idee dat we vanavond slapen bij de nonnen in Sittard.
Prachtig idee dat we deze week Nederland uit lopen. We hebben dan heel Nederland volbracht. Voor mij persoonlijk een hele prestatie doordat mijn gezondheid me soms zo dwars zit. Maar…..het is nog niet zover. Wie weet wat er nog allemaal ten positieve of negatieve gebeurd.
Hou dus de instagramfoto’s hiernaast in de gaten. Of ga me volgen via IG op wandelenenmeer. Daar post ik elke dag wel wat op. De dagen worden zoals jullie van me gewend zijn later 1 voor 1 uitgewerkt op het blog.
We besloten gisteravond om vroeg op te staan. 6 uur eruit. Dan waren we het warme weer een beetje voor en mijn moeder had ’s avonds nog een andere afspraak. Ja inderdaad, het is de laatste dag van onze pelgrimstocht in 2015.
Mw. Aben had een heerlijk ontbijt voor ons klaar staan. Een super-de-luxe koffiemachine stond op een sitetable. Elk kopje koffie werd vers gemalen. We schrijven nog wat in het gastenboek en gaan dan op pad. We vinden het moeilijk om de wijk weer uit te wandelen, maar Mw. Aben rijd achter ons aan met de fiets om alvast de krant te kopen. Een vroege vogel en een energiek type! Een stukje op weg naar het centrum van Maaseik horen we iemand roepen. Ook al zo’n vroege vogel. Het is de dame die met haar kleinkind ons naar de B&B heeft begeleid. Ze ging even naar de bakker. Sommige dingen zijn op een pelgrimstocht zo bijzonder. Het kan gewoon niet allemaal op toeval berusten.
Via de weg die naar de markt loopt komen we voorbij de St. Jacobskercke/Kruisherenkerk. De sobere ossenbloedrode buitenkant moet in groot contrast staan met het prachtige interieur. Echter de kerk is gesloten. Voor de kerk staat een bronzen beeld gemaakt door Roland Rens die de vier deugden van de Maaseikenaar verbeeld. Kaal, Lui, Lekker en Hovaardig (hoogmoedig.)
Op de markt zien we nog gebouwen die in de 17e eeuw gebouwd zijn. De prachtige stadsapotheek is daar 1 van.
We wandelen Maaseik uit via een brug over de Maas. De Maasbrug vormt de grens tussen Belgie, Maaseik en Nederland, Roosteren. Wat ons opvalt is het kunstwerk van Peter Seegers. Touwen waaraan door handen uit brons wordt getrokken symboliseren de verbondenheid van Belgisch en Nederlands Limburg.
En dan lopen we zomaar een prachtig stukje natuurgebied in, de Rug genaamd. Er lopen paarden los. Wat een prachtig gezicht. Wat is de natuur mooi zo in de vroege ochtend.
In het dorp Roosteren staat ook een St. Jacobuskerk. Dicht. 😦 We vragen iemand op straat. Een stempel lijkt ons wel wat. We krijgen een adres van een gepensioneerde priester die in de pastorie woont. Hij heeft echter geen stempel en geen sleutel van de kerk. Alles is me afgenomen, zegt hij. Jammer is dat toch dat kerken steeds meer dicht zijn en dat je als je gepensioneerd bent blijkbaar niet meer voor vol aan word gezien.
We lopen door naar Susteren. Toch alweer zo’n 11 kilometer gelopen volgend Jan zijn app. Daar houdt de reis voor ons op. We lopen naar het treinstation en beginnen aan de terugreis. Moe maar voldaan. Het geeft een heel prettige energie zo’n Pelgrimstocht.
We zijn in Thorn aangekomen. Mijn moeder en ik hadden er hoge verwachtingen van. Alle huizen zouden witgekalkt zijn. En dat was ook zo. Mooi! We halen bij de Abdijkerk een stempel in onze credential. We moeten betalen om de kerk te kunnen bekijken en dat doen we niet. We gaan op zoek naar een bakkerij om nog een lekker stuk Limburgse vlaai naar binnen te werken. We lopen straks België in en dat is toch anders taart eten.
Daarna lopen we Thorn uit, maar helemaal aan de verkeerde kant. Niet goed opgelet. Gewoon recht zo die gaat en dat blijkt dan helemaal niet goed te zijn. Op het juiste pad komen we aan onze rechterhand het Jacobskapelletje van Thorn tegen. Een lief kapelletje. We waren in de veronderstelling dat we hier ook nog een stempel konden halen, maar die stempel ligt dus in de Abdijkerk.
En wie staat daar opeens achter ons. Juist Pelgrim Jan! We gaan het laatste stuk naar Maaseik samen lopen. Mijn moeder voorop. Jan in het midden en ik achteraan (slakje).
We passeren de dorpen Kessenich, Geistingen, Ophoven over verschillende wegen. Na Ophoven lopen we naar de Maasdijk. Even rusten aan de oever van de Maas. Daarna een prachtig stukje wandelen langs de Maas. Hier is de ene helft van de Maas Belgisch grondgebied en de andere helft Nederlands grondgebied. Er staan mooie houten chalets aan het water. Vooral recreatief te huur.
Via Aldeneik komen we uit op het marktplein van Maaseik. Mijn darmen protesteerden weer hevig onderweg dus ik ben voorzichtig met wat ik vandaag kan eten. We kiezen voor een pannenkoek bij de “pannekoekenbakker”.
Jan eet gezellig met ons mee. We zijn ontzettend blij dat we er zijn. De schoenen gaan uit. Wat een zalig gevoel om uit die warme schoen te zijn. Jan heeft nog het plan door te lopen naar Susteren zo’n 8 km verderop. Dit lijkt ons niet verstandig. Hij moet daarna ook nog met de trein weer naar huis. Hij belt even met ons adres van vrienden op de fiets in Maaseik. B&B Carpe Diem. http://www.bb-carpediem.be
Mw. Aben maakt nog een 1 persoonskamer klaar. Na 20 uur gaan we op pad richting de B&B. Dat is nog een half uurtje lopen. We kunnen het niet echt vinden. We komen een mevrouw tegen die met haar kleindochter nog een blokje om aan het fietsen is. De temperatuur is nog steeds de moeite waard. Zo’n 25 graden. De kleindochter had tegen oma gezegd. “u kunt het me toch niet aandoen om nu al op bed te gaan in dit warme weer.” Oma vond dat haar kleindochter wel gelijk had. Dat was ons geluk want ze zijn met ons op zoektocht gegaan. Ons overnachtingsadres lag in een rustige, typisch Belgische woonwijk. Wat een vriendelijke gastvrouw. Alles goed geregeld. Een fantastische douche met meerdere functies. Echt bedoeld voor de uitgeputte wandelaar. We moesten erg lachen want ze liet de kamerinvulling aan ons over. Met andere woorden bij wie sliep Jan vannacht. Ik kan je verklappen, Jan sliep mooi alleen. 🙂
Na goed geslapen te hebben en een gezellig ontbijt samen met onze gastvrouw en gastheer werden we met de auto afgezet op een plein voor het theaterhotel “de Orangerie” in Roermond. We hadden toen nog niet door dat hier (vroeger) een stempel kon worden gehaald als de St. christoffelkathedraal dicht was. Vol goede moed liepen we naar de Munsterkerk. Er was een dienst aan de gang. We konden niet naar binnen. Jammer. Geen stempel dus. Ik herinner me het prieel vlakbij de kerk nog goed. Nu helemaal met geraniums versierd. In November 2014 met lichtjes versierd.
Op naar de St. Christoffelkathedraal. Wat jammer. Deze prachtige kerk is pas om 14 uur open voor publiek. Daar hadden we niet op gerekend. Geen stempel in Roermond. Teleurstellend vond ik tijdens mijn voorbereidingen van deze week ook dat de refugio onder de kerk op last van de brandweer was gesloten. We hebben nog bij het VVV een stempel proberen te bemachtigen en later nog bij de Orangerie. Daar bleek de stempel te zijn weggehaald, maar een ander alternatief was er nog niet op bedacht. Een beetje flauw (het kost je toch weer een uur) liepen we de voorstad Sint Jacob in. Het weer was heerlijk. Langs het witte kerkje en langs het beeld van St. Jacobus. Ik ga even op een bankje zitten om mijn wandelschoenen aan te doen i.p.v. de Birkenstocks. Mam is geheimzinnig en stil in de weer met haar fotocamera. Ze maakt een prachtige foto van 2 zwarte zwanen en een loerende poes.
We lopen richting Ool. Vlakbij waar we vannacht geslapen hebben. Daar nemen we het pontje van Ool. Via Marina Oolderhuuske lopen we om 3 plassen heen. Het is al heel warm. We proberen in de schaduw te lopen. Opeens gaat mijn mobiel. Pelgrim Jan! He? Hoe kom je aan mijn nummer? Waar ben jij nu? Jan bleek een uurtje te vroeg bij het pontje te zijn aangekomen. Hij besloot daarom de alternatieve route (5 km. langer) te lopen. Dat bleek achteraf niet zo’n goede keuze. Bepaalde stukken van die route waren niet goed aangegeven en moeilijk te lopen.
Hij had mijn nummer gekregen van onze gastheer in Ool/Herten. Hij was buiten bezig met de caravan en zag Jan lopen. Wij hadden verteld dat we een pelgrim hadden ontmoet, met een grote rugzak en dat we hem kwijt waren geraakt. Een klein wereldje is het soms. We konden in elk geval contact houden.
Via de sluis van Osen kwamen we weer op de originele route terecht. Een pauze. Echter nergens een bankje in de schaduw. We zagen een hoekhuis te koop en leeg staan en daar zijn we in de tuin gaan zitten op twee stoeltjes die er nog stonden. Jacobus was ons gunstig gezind.
We schampen het dorpje Heel en Pol. Grappige namen…. We raken daar verdwaald in een woonwijk. Terug gelopen en zo komen we weer op het goed pad terecht. In Wessum bekijken we met aandacht de kerk en de beelden die erom heen staan. We kunnen niet in de kerk. Geen stempel te verkrijgen. De Sint Medarduskerk in het Nederlands-Limburgse dorp Wessem is een Rooms-katholieke kerk, oorspronkelijk gebouwd omstreeks het jaar 946. Er staat een prachtig beeld in een plantsoen tegenover de Sint Medarduskerk. Het Heilig Hartbeeld genaamd. Het natuurstenen beeld toont een staande Christusfiguur gekleed in gedrapeerd gewaad. Hij houdt zijn beide armen wijd gespreid. Op zijn borst is het Heilig Hart zichtbaar. Het beeld staat op een van keien gemetselde sokkel.
Eindelijk komen we in Thorn aan. Vanwege de witgekalkte huizen wordt Thorn ook wel het “witte stadje” genoemd.
Zoals gezegd we lopen Venlo uit via de Maas richting Tegelen. Mijn telefoon gaat. Het is onze gastheer van vanavond uit Herten. Hij weet geen buslijn naar hun huis, maar wil ons wel ophalen met de auto als we er zat van zijn. (Lees: als ik in staat ben om te kruipen.) Ik ben helemaal opgelucht. De opluchting geeft me vleugels. We lopen makkelijk door Tegelen heen. De Maas steeds aan onze rechterhand. Op de dijk merk je hoe warm het nu al is en het is nog maar ochtend. Even wat water drinken. Pelgrim Jan heeft een absorberend klein handdoekje bij zich want hij zweet heel makkelijk. Een vrouw attendeert ons erop dat iemand ons roept. Het is een man die ons koffie aanbied. Nouja……! Wat een gastvrijheid. Hij zit midden in een verbouwing, maar het wordt prachtig. Op een schaduwrijke plek in de tuin doen we een bakkie met hem en zijn hondje die het ook warm heeft. Het blijft bijzonder in deze tijd mensen tegen te komen die tijd vrijmaken voor een ander die ze niet eens kennen.
We lopen door naar Steyl. Daar bellen we aan voor een stempel bij een loket van de “slotzusters van de heilige geest”. Deze slotzusters hebben een roze habijt, met een witte sluier, en worden daarom in de volksmond de roze zusters genoemd. Ze bidden 24 uur per dag, zeven dagen per week en leven, afgesloten van de maatschappij.
Boven de ingang van het klooster is een witte duif ingemetseld. Met de tekst “unter dem schattem deiner flugel wohnen wir”. Het raakt me.
We geven onze credential via het luikje aan een zuster. Luikje dicht. Luikje weer open. De zuster wijst ons er met zachte stem op dat we nog in de kapel kunnen. Buiten in de warme zon aangekomen komt Jan erachter dat zijn handdoekje kwijt is. Het handdoekje waar hij steeds zijn hoofd en handen mee afveegt. Hij is er aan gehecht en wil graag terug gaan. Onze wegen scheiden zich op een natuurlijke manier. Even wennen, maar ik ben er van overtuigd dat we hem nog weer tegenkomen.
Mam en ik gaan rustig zitten in de koele kapel. Er zit een roze zuster in de kerk te mediteren. Ze zit doodstil. Wat een concentratie en zelfbeheersing! We lopen verder. Nog een heel stuk voor de boeg. Ik probeer niet teveel in mijn boekje te bladeren om te kijken hoeveel bladzijden we nog moeten lopen. Het werkt erg demotiverend merk ik. 😦
Dus er maar weer flink tegenaan. Vanuit Steijl komen we al snel bij het kapelletje van Geloo. Een kapel bedoeld voor hulp in alle nood. Binnen was het prachtig met allemaal kaarsen, maar buiten vond ik het bijna nog mooier met die prachtige lucht en al die onrustig, vliegende zwaluwen.
Een heel lang stuk wandelen langs en door de westrand van het Brachterwald. Prachtig mooi en heel fijn lopen in de schaduw.
Voorbij de witte steen kunnen we even een glas drinken op een terras. Heel toeristisch hier. Veel fietsers en wandelaars en wespen. Ik ben zelf nogal fobisch voor deze vliegende, zoemende en stekende insecten. Maar gelukkig lag er bij elke tafel een muggenklapper. Je hebt dan als gast het gevoel de boel zelf wat in de hand te kunnen houden. Mama moet altijd lachen om mij. Ik vlieg af en toe weer omhoog (ook al ben ik geen insect.) ‘Mir, blijf nou stil zitten!” Mijn moeder lijkt die roze zuster in het klooster wel als er een wesp in de buurt is. In opperste concentratie blijft ze stil zitten. Af en toe een zachte elegante zwier met haar hand. Ze doen haar niks.
Daarna komt er wel een dipje in onze motivatie. Lopen tot aan grenspaal 425. Volgens het boekje 3 km lang, maar wij zijn het erover eens, minimaal het dubbele en dan ook nog in de volle zon. Bah….mijn darmen en ik vinden het weer niet leuk. Als we eindelijk bij de grenspaal op een bankje gaan rusten duik ik gelijk de bosjes in tussen de mestkevers en mijn moeder zit voor me op een bankje onbewogen een zakje chips leeg te (vr)eten. Op dat moment en ook later heb ik aan dit moment vaak terug gedacht. Wat een mooie en kostbare intimiteit is er inmiddels tussen ons ontstaan. Ik zou op dit moment deze tocht met niemand anders dan haar willen volbrengen. Samen zitten we nog een tijdje op blote voeten bij te komen en te ginnegappen over de mestkevers etc.
Een stukje verder twijfelen we welke kant we op moeten. Gelukkig met hulp van google maps kiezen wij de goede weg. Later horen we van Jan dat hij op dat punt helemaal verkeerd is gelopen. We lopen via het dorp Swalmen en eten daar een pizza. Onze verwachtingen zijn hooggespannen voor wat betreft het volgende dorpje genaamd Asselt. De kerk in dat dorp moet op 1 van de meest schilderachtige plekjes staan van deze route. En dat klopt ook. Wat prachtig! gelegen aan het water. Mooie torentjes. Mijn spieren en blaren protesteren als ik de trappen op klim, maar het is het meer als waard. Bijzonder mooie luchten ook trouwens.
En dan komen we eindelijk bij het bordje van Roermond. Het loopt al tegen 20 uur ’s avonds. Ik moet huilen. Wat een opluchting en ontlading en wat ben ik trots op mezelf en mama. Want voor mij is het moment aangebroken dat ik wel wil kruipen. Mijn sterke moeder echter loopt nog steeds voor me in dezelfde regelmatige pas. Toch bel ik met onze gastheer en hij komt onze kant op. In een jeep pikt hij ons op bij een tankstation. Wat een gedreven man. Hij laat ons in de auto het prachtige Roermond zien.
We ervaren weer zo’n gastvrijheid. En wat woont dit stel prachtig aan het water in Herten. Op de 2e etage is de woonkamer en op het balkon met uitzicht op dat water drinken we koffie (of willen jullie wijn of iets anders?) En wat hebben ze een prachtig verblijf voor ons op de 3e etage. Douchen geeft dan zo’n luxe gevoel. Ongelooflijk. Heerlijk liggen, nog even kletsen en al snel vallen we in slaap. Ik hoor onze gastheer en gastvrouw nog zachtjes buiten praten met een glaasje. Wat staat ons morgen weer te wachten? Een nog warmere dag als vandaag. Ruim 30 graden.
Zoals jullie konden lezen in mijn blog (wandeldag 25) schoot ik ’s avonds om 22.30 uur behoorlijk in de stress. Ik had me namelijk helemaal verrekend in de kilometers. Alleen om Venlo in te komen vanaf de refugio was al 5. En ik had daarnaast een route helemaal overgeslagen. Het zou er op neer komen dat we 43! km moesten lopen de volgende dag. Door Roermond heen en dan nog naar het dorp Herten. Nou zijn er natuurlijk personen die dat makkelijk doen en daar heb ik ook alle respect voor, maar voor mij is dat echt te ver…. Een mens moet zijn grenzen kennen.
In mijn nachtjapon over de gang naar mijn moeder. Het huilen stond me nader als het lachen. Je voelt je dan weer kind met je 43 jaar. Zal mama boos op me worden? Ik ben ten slotte de regelaar. Maar ze was natuurlijk niet boos en ze probeerde me gerust te stellen. Het komt goed en anders gaan we een stuk met de bus of taxi. Waar maakt een mens zich druk om. In bed piekerde ik echter nog even door en kwam op het idee om ons logeeradres een mailtje te sturen. Hulp vragen. Iets wat je steeds meer leert op deze tochten. Ik voelde me eigenlijk heel rustig worden in het besef dat alles wel goed zou komen.
Ik heb goed geslapen en ben in de vroege ochtend nog even naar de kapel van de zusters geweest om voor mam en mij 2 kaarsen op te steken en te bidden voor een voorspoedige wandeldag. Alle kleine beetjes helpen. Fijne stille sfeer daar. Hele lange ramen waardoor je prachtig de natuur om je heen kon zien.
Tijdens het ontbijt ging het natuurlijk over de lange tocht die voor ons lag, er kwamen allerlei zusters nog langs voor ditjes en datjes, we kregen een stempel en in de moestuin zagen we een man? een stuk omspitten. Gezichtsbedrog. Het bleek 1 van de zusters te zijn. We hebben later nog bij de moestuin gekeken. Wat een bezieling had deze vrouw en wat had ze een verstand van alle groenten en fruit. Daar kan ik met mijn meter moestuin nog veel van leren. 🙂 Hoog tijd om aan de wandel te gaan. Pelgrim Jan loopt een stuk met ons op.
Hij heeft een zware rugzak op de rug. 15 kilo! Mijn moeder en ik plagen hem af en toe. Wij wandelen op de “less is more” manier. Niet meer als 5 kilo op de rug op dit moment. Jan zijn rugzak lijkt op een doos van Pandora. Wat zit er allemaal in?
Het tempo zit er goed in en via de kapel van Genooy komen we in de binnenstad van Venlo bij de St. Martinuskerk. De kerk is nog dicht. We kunnen alleen in het voorportaal zoals bij veel katholieke kerken. Maar we willen zo graag een stempel.
We zien een man in de kerk aan het werk. We roepen naar hem maar hij reageert niet. Gelijk een beetje een oordeel. “Hij wil ons gewoon niet horen! Oost-Indisch doof noemen we dat!” Opeens kijkt hij ons aan en ik kom tot het besef dat hij “echt” slechthorend is. Schaam……
Hij laat ons eerder in de kerk en geeft ons een stempel. Wat een prachtige kerk, inclusief 48 delig carillon. Een rijk interieur. De gotische koorbanken, communiebank en preekstoel zijn prachtig. Heel bijzonder is het koperen doopvont uit ca. 1621 met op het deksel een beeldengroep die de doop van Jezus in de Jordaan uitbeeldt.
Via het “Huis Schreurs” en het prachtige stadhuis lopen we Venlo uit richting de Maas.